Verslag Federatiedag 2026 in Den Haag

De Federatiedag 2026 in Den Haag is zeer succesvol verlopen. Binnenkort volgt er een uitvoerig verslag van dit event. Dit voorlopige verslag is de persoonlijke interpretatie van een deelnemer aan deze mooie dag!. Voor foto's: kopieer de volgende link in uw browser: https://img.gg/t9zZBjc.  Rolf Rowel maakte de foto's.

"Jasje-dasje" bij ruim dertig graden Celcius.

Er bestaan mensen die vrijwillig een jasje en stropdas aantrekken terwijl het buiten dertig graden is. Die mensen blijken niet uitgestorven. Sterker nog, er kwamen er ruim honderdtwintig tegelijk opdagen in Den Haag.

De dresscode luidde "tenue de ville" of zo nodig "smart casual". Dat woordje zo nodig is verraderlijk. Het suggereert dat er ergens een onzichtbare kledingpolitie rondloopt die fluistert: "Leuk linnen overhemd, meneer, maar waar is uw das?, en het colbert?" Vervolgens zie je mannen van een respectabele leeftijd met een glimlach die vooral bedoeld is om niet te laten merken dat hun rug inmiddels verworden is tot een tropisch regenwoud. De dames hebben het makkelijker: "kleding nét genoeg chic om niet voor de catering te worden aangezien, maar comfortabel genoeg om stiekem te hopen dat niemand hakkencontrole houdt.”

Het betrof de jaarlijkse Federatiedag van de Clubs van Past Rotarians in Nederland.

Een gezelschap dat bewijst dat pensionering helemaal niet hoeft te betekenen dat je op dinsdagochtend doelloos door een tuincentrum dwaalt. Nee! Hier worden complete studiedagen georganiseerd, inclusief sprekers, rondleidingen, architectuur, kunst en een borrel die opvallend goed bezocht wordt.

De locatie was 'Sociëteit De Witte'.

Haagser wordt het niet, tenzij je de haring rechtstreeks uit de Hofvijver eet. Neerlands oudste Club van Past Rotarians vierde bovendien haar negentigste verjaardag. Ooit opgericht voor Rotarians die na terugkeer uit Nederlands-Indië nergens meer terechtkonden vanwege het strenge classificatiesysteem. Nederlanders zijn tenslotte een volk dat zelfs voor gezelligheid eerst een reglement opstelt.

Het programma was indrukwekkend strak georganiseerd. Lezingen over Den Haag, het Binnenhof en de renovatie ervan, een optreden van Splinter Chabot, lunch, vervolgens in twee groepen uiteen voor een bezoek aan het Mauritshuis of een rondleiding door De Witte, daarna precies andersom. Beide gebouwen zijn door een handige tunnel met elkaar verbonden.

Er zat zoveel logistiek achter dat Schiphol er waarschijnlijk nog iets van kan leren.

Wat vooral opvalt, is de nieuwsgierigheid.

Mensen die hun werkzame leven allang achter zich hebben, blijken nog steeds eindeloos geïnteresseerd. In geschiedenis, kunst, politiek, architectuur en vooral in elkaar. Dat laatste wordt nog weleens onderschat. Fellowship klinkt als een plechtig Rotarywoord, maar het betekent uiteindelijk gewoon dat je het prettig vindt om samen koffie te drinken, verhalen uit te wisselen en elkaar na afloop toe te vertrouwen dat de airconditioning toch nét iets harder had gemogen.

En natuurlijk eindigde de dag met een borrel. Dat hoort zo. Nederlanders kunnen een programma van zes uur probleemloos uitzitten, zolang er maar een glas aan het eind van de tunnel wacht.

Misschien is dat wel de grootste les van deze dag.

Niet dat Den Haag prachtig is – dat wisten we al. Niet dat het Binnenhof na jaren verbouwen ooit weer opengaat – daar houden we hoop op. Maar dat ouder worden kennelijk iets heel aantrekkelijks heeft. Je hoeft niets meer te bewijzen. Je mag overal een mening over hebben. En als iemand vraagt waarom je met dertig graden een colbert draagt, kun je rustig antwoorden: "Vanwege de dresscode."

Dat is misschien wel de meest Haagse vorm van beschaving die er bestaat.