Lezing Dato Steenhuis tijdens AV van 1 november 2025
Straffen we goed? Een boeiende beschouwing over het Nederlandse strafrecht
Tijdens de Algemene Vergadering van de Federatie van Clubs van Past Rotarians in Nederland op i november 2025 in Nijkerk, verzorgde mr. dr. Dato Steenhuis, voormalig lid van het College van procureurs-generaal, een boeiende lezing over de toepassing van het strafrecht. Centraal stond de vraag of ons strafrechtsysteem de juiste balans weet te vinden tussen vergelding, bescherming van de samenleving, recht doen aan slachtoffers en het bieden van perspectief aan veroordeelden.
Steenhuis nam de aanwezigen mee in de manier waarop strafzaken in Nederland worden beoordeeld en welke afwegingen rechters daarbij maken. Hij benadrukte dat een straf nooit op zichzelf staat. Een rechter kijkt niet alleen naar de ernst van het delict, maar ook naar de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, de persoon van de dader, de gevolgen voor het slachtoffer en de kans op herhaling. Straffen is daarmee veel meer dan het bepalen van een aantal maanden gevangenisstraf of het opleggen van een geldboete.
Een belangrijk onderdeel van de presentatie vormden cijfers over de straffen die Nederlandse rechters in 2023 hebben opgelegd. Daaruit blijkt dat geldboetes, taakstraffen en relatief korte vrijheidsstraffen het grootste deel van de sancties vormen. Van de 23.975 opgelegde vrijheidsstraffen duurde ruim de helft korter dan één maand, terwijl slechts een klein percentage langer was dan drie jaar. Ook taakstraffen blijken veelal beperkt van omvang: bijna de helft bestaat uit maximaal veertig uur werkstraf.
Deze cijfers vormden voor Steenhuis geen doel op zich, maar een aanleiding om stil te staan bij de vraag of de samenleving een reëel beeld heeft van de Nederlandse strafrechtspraktijk. In het publieke debat klinkt regelmatig de roep om zwaardere straffen. Daartegenover stelde hij dat de rechterlijke macht zorgvuldig afweegt welke sanctie in een concreet geval het meest rechtvaardig én effectief is. Een zwaardere straf leidt immers niet automatisch tot minder criminaliteit of een veiliger samenleving.
Daarnaast besteedde hij aandacht aan de positie van slachtoffers. Het strafproces dient niet uitsluitend de belangen van de veroordeelde of van de samenleving als geheel, maar moet ook erkenning geven aan het leed van slachtoffers en nabestaanden. Tegelijkertijd wees hij erop dat een rechtsstaat juist wordt gekenmerkt door een zorgvuldige behandeling van alle betrokkenen, ook van degene die een strafbaar feit heeft gepleegd.
Gedurende de lezing maakte Steenhuis duidelijk dat het strafrecht voortdurend laveert tussen verschillende belangen: vergelding, afschrikking, bescherming van de maatschappij en resocialisatie. Die belangen zijn niet altijd eenvoudig met elkaar te verenigen en vragen telkens opnieuw om een zorgvuldige afweging.
De presentatie mondde uit in een vraag die de aanwezigen nog geruime tijd bezighield: straffen we in Nederland op de juiste manier, of zouden rechters juist strenger of milder moeten straffen? Een eenduidig antwoord gaf Steenhuis niet. Wel liet hij zien dat achter iedere straf een complexe juridische en maatschappelijke afweging schuilgaat, waarbij rechtvaardigheid niet alleen wordt bepaald door de hoogte van de straf, maar vooral door de zorgvuldigheid waarmee die tot stand komt.
De lezing gaf de aanwezigen daarmee een genuanceerd beeld van de Nederlandse strafrechtspleging en vormde een waardevolle bijdrage aan de Algemene Vergadering van de Federatie.
