Maandbrief mei 2021 van CPR ’s-Gravenhage (de Haagse Vereniging van Past Rotarians)

Dinsdag 11 mei 2021, ZOOM-vergadering

Deelnemers: 15

Spreker: Dr. Walter Henny; presentator Alexander Heldring

Onderwerp: Toen wij uit Rotterdam vertrokken…, ZEEREIZEN NAAR AMERIKA, elite en paupers aan boord van de schepen van de Holland Amerika Lijn.

Voorzitter Alexander opende de bijeenkomst met een citaat van een van de anekdotische notities van Floor Kist en gaf vervolgens het woord aan Walter Henny, jongere broer van ons lid Axel, die in december l.l. al eens een zeer interessante lezing voor onze club heeft gehouden over “bloed”. De spreker vertelde met een parafrase van de bekende uitspraak van Couperus, dat hij zich een echte Rotterdammer voelde en trots was op zijn stad. Daarom wilde hij graag vertellen over een belangrijk onderdeel van de zeevaartgeschiedenis van

“zijn” Rotterdam.

In 1871 is de Nederlands Amerikaanse Stoomvaart Maatschappij opgericht, die later de naam Holland Amerika Lijn zou gaan dragen. In 1975 is de laatstgenoemde naam afgekort tot HAL. In de tweede helft van de 19e eeuw vervoerde de Holland-Amerika Lijn twee categorieën passagiers. In de zeer luxueuze 1e en heel comfortabele 2e klasse bivakkeerden ongeveer 100 passagiers, terwijl in het “steeragedeck” wel 800 landverhuizers verbleven. De inrichting was daarvoor gericht op ”massaproductie”. Zo waren er onvoldoende sanitaire voorzieningen met als gevolg een aanzienlijke sterfte aan boord. Van overheidswege is er aan het einde van de 19e eeuw een onderzoek gedaan naar de omstandigheden van de passagiers van het tussendek, dat in 1903 heeft geleid tot verbeteringen, maar die waren ook daarna nog steeds onvoldoende. Opmerkelijk is, dat de 3e klas van de Titanic veel beter was uitgerust. De spreker toonde ons veel interessante foto’s van de schepen (waarvan de namen van de passagiersschepen altijd eindigden met het woord …dam, terwijl de vrachtschepen namen droegen met als slotwoord …dijk). Vooral plaatjes van de inrichting van de schepen gaven een goede indruk van de omstandigheden aan boord in de verschillende klassen.

Beroemde schepen van het midden van de vorige eeuw waren de Statendam, het ss. Rotterdam (te water gelaten in 1958), dat slechts een enkele overtocht in de lijndienst naar New York heeft gemaakt, en het ms. Rotterdam, dat uitsluitend als cruiseschip heeft dienstgedaan. Het eerstgenoemde schip is in 2001 bij het voormalige hoofdkantoor van de Holland Amerika Lijn ter hoogte van Katendrecht aan de kade van de Maas afgemeerd nadat het was aangekocht door de (woning)coöperatie Vestia. Het is een van de bezienswaardigheden van de stad en doet dienst als museum en hotel.

De scheepvaartactiviteit van de Nederlandse maatschappij is uiteindelijk overgedaan aan een cruisemaatschappij, die is gevestigd in Seattle, terwijl de HAL als beursgenoteerde investeringsmaatschappij nog steeds actief is.

Walter Henny gaf ons met zijn voordracht een bijzondere kijk op de maritieme historie van Rotterdam. Via zijn broer Axel is aan de spreker als dank voor zijn bijdrage aan onze clubbijeenkomst de bekende fles wijn overhandigd.

Dinsdag 25 mei 2021, ZOOM-vergadering

Deelnemers: 14

Spreker: Axel Henny, presentator: Alexander Heldring

Onderwerp: ZEEREIZEN NAAR HET OOSTEN, DE OOST, NEDERLANDS OOST-INDIË

Voorzitter Alexander opende de bijeenkomst met een “ikje” uit de NRC, dat is geplaatst door zijn promotor de Groningse historicus Duko Bosscher.

Evenals bij de lezing van zijn broer Walter het geval was, ondersteunde Axel zijn voordracht met een grote hoeveelheid beeldmateriaal, dat een goede indruk gaf van de manier van reizen in de periode van medio 19e eeuw tot de jaren 60 van de 20e eeuw.

Opvallend verschil met de vorige lezing was, dat de schepen naar Noord-Amerika in de 3e en 4e klasse landverhuizers vervoerden, vooral plattelandsbewoners, die op de bestemming zouden blijven, terwijl de 2e en zeer gerieflijke 1e klas bestemd waren voor zakenlieden en toeristen met een ruime beurs. De passagiers naar Indië daarentegen waren vooral stadsmensen, die na een kort of langer verblijf zouden terugkeren naar Nederland of militairen van het KNIL. (De overheid wilde in die tijd niet dat er in Indië een blank proletariaat zou ontstaan.) De klasseindeling aan boord was ook hier een zeer luxueus ingerichte 1e en ook fraaie 2e klasse voor o.a. de officieren met een derde klas voor de onderofficieren en de 4e klasse voor de soldaten. Voor de laatste groep was het perspectief in de Oost niet erg aantrekkelijk: een mortaliteit van 80% tot halverwege de koloniale periode, later kwam het niet onder de 45%.

Tot de jaren 70 van de 19e eeuw was het transport naar Indië een staatsmonopolie. Overgrootvader Henny vervoerde met zijn zeilschip naar de Oost dan ook niet alleen producten, maar bovendien militairen, die dienstdeden in Indië. Sinds 1870 kwam er ruimte voor private activiteiten. In dat jaar is de (Amsterdamse) Stoomvaartmaatschappij Nederland opgericht, gevolgd in 1880 door de Rotterdamse Lloyd. De beide maatschappijen waren concurrenten, maar werkten ook samen; zij adverteerden als duo over de reizen naar Nederlands-Indië, zodat er een geregeld aanbod was van heen- en terugreizen naar de archipel. Het vervoer binnen de archipel werd verzorgd door de Kon. Pakketvaart Maatschappij. De schepen van de Lloyd droegen veelal namen, ontleend aan Indische plaatsen, terwijl de SMN namen van geschiedkundige figuren of van leden van het koningshuis hanteerde. In de tijd voor de Tweede Wereldoorlog waren de meest bekende passagiersschepen de Oranje (MSN) en Willem Ruys (RL).

Om de zeereis te bekorten boden de SMN en de RL ook reizen per trein aan naar respectievelijk Genua of Marseille. Dit was een toeristisch alternatief voor de drie weken lange en eentonige reis naar Indië. Een markant punt in de reis was het Suezkanaal. Daar werd de Europese kleding verwisseld met het tropentenue en gingen de hitte en verveling een duidelijke rol spelen. NB er was nog geen airco!

In de periode 1950-1960 is de glorietijd van de vaart naar de Oost afgelopen. Het ms Oranje, dat tijdens de oorlog dienst heeft gedaan als troepentransportschip, is in 1979 gesloopt. De Willem Ruys heeft in 1994 hetzelfde lot ondergaan.

Tot slot vertelde Piet Kreijger enige persoonlijke herinneringen van de overtocht naar (vlak vóór W.O.II) en terug (kort na W.O.II) van de Oost.

Bij de afsluiting van dit maandbericht past een woord van speciale dank voor Axel Henny, die in de ZOOM-periode wel vier keer als spreker is opgetreden met boeiende historische beschouwingen. Daarbij heeft hij ook niet geaarzeld om een beroep te doen op zijn broer, die twee keer interessante voordrachten voor ons heeft gehouden.

Op dinsdag 8 juni en dinsdag 22 juni a.s. zullen er weer “fysieke” bijeenkomsten in Chateau Bleu plaatsvinden, waarbij respectievelijk Hans Haardt en Dick Jaeger een voordracht zullen houden. Corona-volente is bijwonen van deze bijeenkomsten alleen mogelijk wanneer de leden zich vóór 10 uur de maandag daaraan voorafgaand bij de secretaris hebben AANGEMELD.

Hans Franken (secretaris)